Zonnecollectoren

INSTALLATION SOLAIRE THERMIQUE
ZONNEVERWARMINGSSYSTEEM

Een zonverwarmingssysteem bestaat uit de volgende elementen :

1. De zonnecollector vangt het zonlicht op en zet dit om in warmte. Die warmte wordt afgegeven aan een vloeistof die de zonnewarmte van de collector naar een voorraadvat (de boiler) voert.

2. De warme vloeistof stroomt naar het voorraadvat via buizen die het dak verbinden met de kelder of de boilerruimte. De warmte wordt afgegeven aan het water in de boiler en de afgekoelde vloeistof wordt terug gepompt naar de collectoren, waar ze weer verwarmd wordt. De boiler houdt het water warm tot het opgevraagd wordt.

Het bedieningssysteem van de zonne-installatie zorgt voor de automatische en veilige werking van de installatie.

PRINCIPE
HET PRINCIPE VAN DE ZONNECOLLECTOREN

Een zonneboilerinstallatie laat toe het zonlicht op te vangen en de warmte daaraan te onttrekken. Die energie wordt gerecupereerd en hoofdzakelijk gebruikt voor het sanitair warm water, maar ze kan ook gebruikt worden om de verwarming van een woning en/of een zwembad aan te vullen.

Zonne-energie is vernieuwbaar en het gebruik daarvan laat toe de uitstoot van broeikasgassen drastisch te beperken.

Een goed gedimensioneerde zonne-installatie dekt in België tot 75% van het warmwaterverbruik op jaarbasis. In de zomer kan men de conventionele verwarmingsinstallatie meestal volledig afzetten.

Wie in zonnecollectoren investeert is alvast gewapend tegen de oncontroleerbare prijsschommelingen van de fossiele energiebronnen op de wereldmarkten. Bijvoorbeeld, in België ontvangt een horizontale oppervlakte van 1 m² op jaarbasis ongeveer 1000 kWh energie, hetgeen overeenkomst met 100 liter stookolie.

TECHNOLOGIE
TECHNOLOGIE

De zonne-energie wordt opgevangen door zonnecollectoren, een bak waarin zich de aborber bevindt. De absorber vangt de zonnestralen op en wordt warm. Zonnecollectoren worden meestal op het dak geplaatst en zoveel mogelijk naar het zuiden gericht. Daarna is het de taak van het buizensysteem om de warmte te transporteren. Dit circuit bevat warmtegeleidende vloeistof die tijdens het doorstromen door de buizen de warmte recupereert. Daarna stroomt de vloeistof naar de vat waar het sanitair water, dankzij een warmte-uitwisselaar, verwarmd wordt door de warmte van de zon. De afgekoelde vloeistof stroomt vervolgens terug naar de captoren. Dankzij de zonneboiler kan het warme water gestockeerd worden. Het gebruikte warme water wordt meteen vervangen door een gelijke hoeveelheid koud leidingwater, die op haar beurt verwarmd wordt. De boiler kan uitgerust worden met een hulpsysteem dat de taak even overneemt wanneer de zonne-energie tijdelijk niet kan instaan voor de volledige warmwaterproductie.

Dit hulpsysteem kan bestaan uit :

Een (hulp-) elektrische weerstand die in de helft van de zonneboiler aangebracht wordt.

Een (hulp-) hydraulische warmte-uitwisselaar die aangesloten is op een verwarmingsketel (gas, stookolie, hout) die voor de boiler geplaatst wordt.

Wat zonnecollectoren aangaat zijn er twee grote categorieën : vlakkeplaatcollectoren en buiscollectoren.

De vlakkeplaatcollector met glazen afdekplaat: de warmtegeleidende vloeistof stroomt door een absorber die zich in een metalen bak, afgedekt met een glazen plaat, bevindt. Dankzij het broeikaseffect blijft de warmte in de absorber goed behouden.

De vacuümbuiscollector : de warmtegeleidende vloeistof stroomt doorheen lange buizen die doormiddel van een vacuüm gescheiden zijn van de buitenste buis die hen omhult. Het vacuüm zorgt voor een zeer goede thermische isolatie – een groot voordeel in de winter en in koude streken. De buizen hebben een speciale bekleding langs de binnenkant waardoor zij meer dan 95% van de zonne-energie kunnen opvangen.

Verder bestaan er ook twee types zonnewarmtesystemen : druk- en zwaartekrachtsystemen.

Druksystemen : bij dergelijke installaties wordt aan de warmtegeleidende vloeistof een product toegevoegd dat bestand is tegen vorst en hoge temperaturen. Wanneer de pomp stopt blijft de vloeistof in de buizen.

Het zwaartekrachtsysteem: wanneer het meetsysteem in de buizen een hogere temperatuur meet dan in het water in de boiler start de pomp en stuurt zij de warmtegeleidende vloeistof naar de captoren om de warmte te recupereren. Wanneer de gewenste temperatuur bereikt werd of wanneer er onvoldoende zon is stopt de pomp en vloeit de vloeistof onder invloed van de zwaartekracht naar de warmtewisselaar van het vat. Het voordeel daarvan is dat de vloeistof in de captoren niet oververhit. Bovendien leidt dit tot lagere onderhoudskosten.